|
De populaire Amerikaanse politicoloog Putnam beantwoordde deze vraag onlangs negatief. Zijn stelling is dat in etnisch diverse buurten niet alleen de interetnische contacten afnemen, maar dat ook in de groep zelf het onderlinge contact verminderd. Dit schrijft de site wereldjournalisten.
Het SCP onderzocht in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag deze stelling onder de Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en autochtone Nederlanders: is de etnische samenstelling van de buurt bepalend voor de interetnische verhoudingen? De SCP noemt dit het 'buurteffect', de nadruk ligt hierbij vooral op het effect van de ruimtelijke, in casu, etnische concentraties op het contact. De sociaal-economische achtergrond van de individuele wijkbewoner speelt dan geen rol bij het contact met en de beeldvorming over de ander. Doet het dit wél dan spreekt men over het 'samenstellingseffect'. Dit onderscheid is belangrijk voor de oplossingsrichting wanneer je de contacten tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de buurt wilt verbeteren. Ga je investeren in mensen, betere scholing bijvoorbeeld, of zet je de wijk centraal, door bijvoorbeeld meer huizen te bouwen voor hoge en lage inkomens, om het onderlinge contact te verbeteren? Als de oorzaak ligt in de buurt, het buurteffect, dan zouden beleidsmakers voor het laatste bijvoorbeeld kunnen kiezen.
Contact migranten en autochtonen De SCP-onderzoekers bevroegen van elke groep circa 1000 mensen over hun contacten met migranten en autochtonen. Het blijkt dat Turkse Nederlanders het minst met autochtonen omgaan en Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders het meest. Marokkaanse Nederlanders nemen een tussenpositie in. Autochtone Nederlanders gaan vooral met autochtonen om. Meer dan de helft van de autochtone Nederlanders heeft in de vrije tijd nooit contact met niet-westerse migranten en 70% krijgt nooit bezoek van niet-westerse migranten. Etnische concentratie blijkt, wat natuurlijk voor de hand ligt, een belangrijke voorspeller voor weinig contact met autochtone Nederlanders. Wel blijkt dat migranten in achterstandswijken vaker omgaan met autochtone Nederlanders in vergelijk met migranten in meer 'rijke' wijken (armoe bindt?) terwijl deze migranten in de 'rijke' wijken daarentegen het contact met andere etnische groepen behouden. Het buurteffect blijkt dus belangrijk, maar schrijft het SCP, individuele factoren zijn belangrijker voor het interetnisch contact. Want als er interetnisch contact is, op werk of in de vrije tijd, dan hangt dit vaak samen met het opleidingsniveau, de beheersing van de Nederlandse taal en de migratiegeneratie (eerste of tweede generatie bijv.).
Beeldvorming Hoe denken de verschillende groepen over migranten in de Nederlandse samenleving? Zowel autochtone Nederlanders (78%) als migranten (Turkse Nederlanders het minst met 83% en Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders het meest met 94%) zijn in meerderheid voorstander van culturele diversiteit in de samenleving, maar er bestaat ook aanzienlijke weerstand tegen de komst en aanwezigheid van (veel) migranten. 58% van de Turkse Nederlanders vindt dat er te veel migranten in Nederland wonen tegen 44% van de autochtonen. Turkse Nederlanders (60%) vinden net als autochtonen (67%) dat het geen goede zaak is als er meer migranten in de wijk komen wonen. De percentages bij de vraag of migranten genoeg kansen krijgen in Nederland lopen niet ver uiteen tussen de groepen. Het meest positief daarin zijn de Surinaamse Nederlanders met 51%, het meest negatief Turkse Nederlanders (37%). Verder vinden de 4 migrantengroepen dat in Nederland discriminatie met enige regelmaat voorkomt.
Het blijkt dat zowel migranten als autochtone Nederlanders eenzelfde rangorde aanbrengen bij het beoordelen van andere etnische groepen, waarbij de autochtone groep het hoogst in de hiërarchie wordt geplaatst, gevolgd door Surinaamse, Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse Nederlanders, waarover het minst positief geoordeeld wordt. Niet-westerse migranten in 'zwarte wijken' oordelen overigens negatiever over autochtone Nederlanders dan degenen die in gemengde en witte wijken wonen: onbekend maakt onbemind. Uit eerder onderzoek bleek dat autochtone Nederlanders in gemengde wijken positiever over migranten oordelen dan in alleen witte of zwarte wijken.
Putnams stelling De redenatie van Putnam klopt niet voor de 4 grote steden, concludeert het SCP: hoe meer niet-westerse migranten in de buurt, hoe meer er juist contact is met de eigen groep - vooral Turkse Nederlanders blijken intern gericht - en de andere migrantengroepen. Ook blijken autochtonen juist in achterstandswijken meer contact te hebben met niet-westerse buurtgenoten. Een ander opvallende conclusie van het SCP is dat een 'zwarte' wijk niet per definitie hoeft te leiden tot geen contact met autochtonen. Op het werk heeft de meerderheid van alle migrantengroepen voornamelijk contact met autochtone Nederlanders, zo blijkt. Deze contacten hangen dus meer af van het opleidingsniveau van de individuele wijkbewoner dan van de buurt.
De SCP-onderzoekers vinden echter toch ook dat er iets gedaan moet worden aan de bevolkingssamenstelling in de concentratiewijken en in de witte wijken. Want bekend maakt bemind, zo stellen de onderzoekers vast. Er zijn genoeg reden om te inventariseren in de bevordering van wederzijdse contact en accepatie, naast bijvoorbeeld het bevorderen van de arbeidsdeelname van niet-westerse migranten, menen de onderzoekers. Met het eerste beleidsvoorstel, gaat SCP overigens in tegen de huidige trend om dergelijke 'ontmoetingsprojecten' ter discussie te stellen omdat de effectiviteit daarvan moeilijk te meten is. Dus uiteindelijk spelen zowel buurt- als samenstellingseffect een rol in het vergroten van het contact tussen autochtonen en migranten, hoewel het SCP de nadruk legt op de sociaal-economische achtergrond (samenstellingseffect) van de individuele wijkbewoner. Maar, werpen de onderzoekers dan de vraag op: Is het wel een probleem dat er weinig contact bestaat tussen niet-westerse migranten en autochtonen? Hoogopgeleiden gaan toch ook vaker met hoogopgeleiden om zonder dat dit als een maatschappelijk probleem wordt gezien?
Bron: Wereldjournalisten /
 |