| Alarm om zelfmoordneigingen allochtone meiden |
|
Cijfers lijken die zorg te staven. Het aantal zelfmoordpogingen onder Hindoestaanse en Turkse meisjes ligt volgens een onderzoek in Rotterdam uit 2009 op respectievelijk 19 procent en 14 procent, tegenover 8 procent van de autochtone meisjes. “Zelfmoord is al een taboe, maar dat geldt in nog sterkere mate in deze gemeenschappen. Veel meisjes durven nauwelijks over deze gevoelens te praten”, vertelt Hanneke Felten, onderzoekster bij MOVISIE, die de website ontwikkelde. “Dezelfde problemen gelden overigens ook voor Marokkaanse meisjes, al doen zij minder vaak een zelfmoordpoging.” Volgens Felten vermijden de meisjes hulpverleningsinstanties. “We hebben gemerkt dat ze veel vooroordelen over de hulpverlening hebben. Zo zijn ze bang dat hun problemen dan onmiddellijk aan hun ouders worden doorverteld, of dat je meteen in een dwangbuis wordt gestopt. Internet blijkt een veilige plek om aan deze meisjes hulp te bieden. We geven informatie op de website, en linken door naar 113online.nl, de website die specifiek gericht is op mensen met zelfmoordgedachten.” De Hindoestaanse Rani (21), een ambassadeur van het project, wijt het hoge percentage meisjes met zelfmoordpogingen aan de moeilijke verstandhouding tussen ouders en dochters. “Die moet echt beter worden. Veel meisjes kunnen niet met hun problemen zoals een slecht vriendje, depressieve gedachten, slechte studieresultaten aankloppen bij hun ouders. Meisjes wordt geleerd de naam van hun familie hoog te houden. Ze zijn bang hun ouders te schande te maken, want de sociale controle is bij ons groot. Dus doen ze alles om dat te voorkomen.” Commentaar (1)
![]() Schrijf commentaar
|